Richtlijnen bouwhistorisch onderzoek
Wilt u iets doen met monumenten? Het is dan noodzakelijk om goed onderzoek te verrichten en te zoeken naar grenzen van wat mogelijk is. Zorgvuldig hergebruik en/of herontwikkeling richt zich op het creëren van waarde en integrale kwaliteit. Het benoemen van aanwezige historische aspecten en hoe daarmee om te gaan is daarbij wezenlijk. Hiervoor is gedegen onderzoek nodig.
De manier waarop dat onderzoek uitgevoerd kan worden is beschreven in de Richtlijnen bouwhistorisch onderzoek (PDF, 2615 Kb)). Ten opzichte van de vorige versie uit 2000 zijn deze Richtlijnen ingrijpend geactualiseerd. Dat was noodzakelijk omdat cultureel erfgoed, en daarmee de behoefte aan bouwhistorisch onderzoek, steeds belangrijker is bij bouw- en gebiedsontwikkeling.
Dat is aangetoond bij grote projecten van de Rijksgebouwendienst; bijvoorbeeld het Rijksmuseum, Paleis Soestdijk, slot Loevestein en de vesting Naarden. De systematiek die in de nieuwe Richtlijnen over het voetlicht wordt gebracht heeft mede gestalte gekregen door methodologieontwikkeling en sturing van het cultuurhistorisch onderzoek bij deze projecten. De Richtlijnen worden inmiddels al ingezet bij ieder project van de Rijksgebouwendienst waar cultuurhistorische waarden in het geding kunnen zijn. Door dit te doen geeft de Rijksgebouwendienst óók een impuls aan het kennisdomein bouwhistorie en aan kennisopbouw bij marktpartijen.
Daarnaast is er door recente decentralisatie van de monumentenzorg een grote verantwoordelijkheid bij gemeenten komen te liggen en is bouwhistorisch onderzoek in het kader van vermindering regeldruk niet meer opgenomen in de modelverordening. Daarom is in nauwe samenwerking met de VNG aandacht gegeven aan kennisleemten die er hierdoor op gemeentelijk niveau kunnen bestaan.
Ook is er een brochure Bouwhistorisch onderzoek (PDF, 706 Kb) voor particuliere eigenaren gemaakt die als wegbereider is bedoeld voor het zorgvuldig omgaan met alle monumenten in Nederland, dus ook de gemeentelijke.
De nieuwe Richtlijnen besteden veel aandacht aan vraagstelling en definitie van noodzakelijk bouwhistorisch onderzoek. Een voorbeeld hiervan is een op de praktijk gerichte lijst van aandachtspunten die een opdrachtgever in staat stelt om snel een consistent Plan van Onderzoek te maken. Omdat waardestellingen in toenemende mate een breder, cultuurhistorisch karakter dragen is eveneens uitgegaan van een veel meer multidisciplinaire benadering van onderzoek. Ook daarvoor zijn op de praktijk toegespitste handreikingen gegeven.
Bouwhistorisch onderzoek heeft een doel: de resultaten ervan dienen een rol te spelen in bouw- en/of gebiedsontwikkelingsprojecten. In de vernieuwde Richtlijnen is dit uitgewerkt door bouwhistorisch onderzoek te beschouwen als onderdeel van een in de bouw gebruikelijke projectaanpak. Hierdoor komt veel beter in beeld hoe het zit met vergunningaanvragen en met toezicht. De methodologie van onderzoek is uitgebreid beschreven, toegespitst op mogelijkheden tot verantwoording van uitspraken en de noodzaak om waardestellingen te onderbouwen. Deze meer wetenschappelijke invalshoek versterkt integrale besluitvorming. Naast de cultuurhistorische spelen daarbij immers ook de economische en functionele dimensies een rol.
De Richtlijnen zijn tot stand gekomen door samenwerking van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, de Stichting Bouwhistorie Nederland, de Vereniging Nederlandse Gemeenten, het Atelier Rijksbouwmeester en de Rijksgebouwendienst.
Nederlandse versie:
- Richtlijnen bouwhistorisch onderzoek (PDF, 2.615 Kb)
- Brochure bouwhistorisch onderzoek (PDF, 706 Kb)
English version:
- Guidelines for Building Archaeological Research (PDF, 2.648 Kb)
- Brochure Building Archaeological Research (PDF, 622 Kb)
