Het rijkshuisvestingsstelsel
De Rijksgebouwendienst doet zijn werk binnen de kaders van het rijkshuisvestingsstelsel. Zo regelt het rijkshuisvestingsstelsel de huur-verhuurrelatie tussen ministeries en de Rijksgebouwendienst. De ministeries zijn daarbij zelf verantwoordelijk voor hun huisvesting als het gaat over de omvang, kwaliteit, locatie en het tijdstip van realisatie. Voor het gebruik van rijksgebouwen betalen de ministeries een gebruiksvergoeding aan de Rijksgebouwendienst. Het huidige stelsel trad op 1 januari 1999 in werking en is in 2004 geëvalueerd.
- De evaluatie van het rijkshuisvestingsstelsel (PDF, 305 Kb).
Over het rijkshuisvestingsstelsel
De kenmerken van het vigerende huisvestingsstelsel zijn:
Gebruiksvergoeding
De gebruiksvergoeding is vergelijkbaar met huur op de vastgoedmarkt, zij het dat het rijk met historische kostprijs werkt en niet met actuele marktwaarde. De relatie tussen de ministeries en de Rijksgebouwendienst is door de huur-verhuurrelatie een zakelijke geworden. De contracten en juridische aspecten van de huur-verhuurrelatie zijn vergelijkbaar met de markt en de administratie van de Rijksgebouwendienst wordt commercieel opgezet in een baten-lastenstelsel.
Bedrijfsmatige en doelmatige aanpak
De systematiek van het stelsel stelt de Rijksgebouwendienst in staat langetermijngevolgen van investeringen in beeld te brengen, de juiste gebruiksvergoedingen te berekenen en de waarde van het vastgoed te bepalen. Om het baten-lastenstelsel te kunnen voeren, is de Rijksgebouwendienst per 1 januari 1999 een agentschap geworden. De dienst is onderdeel van het ministerie van VROM gebleven maar kan zo bedrijfsmatig en doelmatig werken. Gelijktijdige invoering van een baten/lastenadministratie en het verkrijgen van een leenfaciliteit bij het ministerie van Financiën maakten dit mogelijk.
Uitzonderingen rijkshuisvestingsstelsel
Niet alle onderdelen van de rijksoverheid doen mee aan de nieuwe huur-verhuurrelatie. Dit geldt voor de Hoge Colleges van Staat, het ministerie van Algemene Zaken en het Koninklijk Huis. De budgetten voor hun huisvesting staan daarom op de begroting van het ministerie van VROM.
Koninklijk Besluit Rijksgebouwendienst
In een Koninklijk Besluit Rijksgebouwendienst zijn de verantwoordelijkheden, de bevoegdheden en de werkwijze van de dienst opgenomen. Ook de functie van de Rijksbouwmeester, de Klantenraad en de Geschillencommissie worden beschreven in dit besluit. De Klantenraad is een overleg tussen de Rijksgebouwendienst en vertegenwoordigers van de verschillende ministeries en een vertegenwoordiger van de Inspectie der Rijksfinanciën. De raad ondersteunt en adviseert de DG van de dienst.
Evaluatie huidige stelsel in 2004
In 2004 is het rijkshuisvestingsstelsel geëvalueerd. In het rapport van de Stuurgroep Stelselevaluatie zijn aanbevelingen gedaan voor het verder vergroten van de effectiviteit, de doelmatigheid en de transparantie van het stelsel.
- De evaluatie van het rijkshuisvestingsstelsel (PDF, 305 Kb).
