Rijksgebouwendienst

Rijksgebouwendienst - Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Nathan Coley bouwt kunstwerk voor Scheepvaartmuseum

Kunstenaar : Nathan Coley
Kunstwerk : Ruimtelijke installatie
Locatie : Scheepvaartmuseum Amsterdam
Opleverdatum: 2011

De Britse kunstenaar Nathan Coley (1967, Glasgow) realiseert in het Scheepvaartmuseum in Amsterdam het kunstwerk Bringing Back the Ballast, in het kader van de percentageregeling. Hollandse Ijsselstenen spelen een belangrijke rol in het kunstwerk.

Verbouwing museum

In het museum wordt momenteel gebroken en gebouwd. Het Hollands classicistische pand, dat in de zeventiende eeuw door Daniël Stalpaert is ontworpen, wordt aangepast aan de hedendaagse eisen. Voor de kunstenaar Coley fungeert de baksteen, waaruit de oorspronkelijke, solide, later bepleisterde muren van het museum zijn opgetrokken, niet slechts als een bouwmateriaal. Maar ook niet enkel en alleen als een onderdeel van een sculptuur, een manier waarop het door kunstenaars uit de jaren zestig van de vorige eeuw wel werd gebruikt. Hij noemt de baksteen ‘eigenlijk bijna niets’. Wat bedoelt hij daarmee? En hoe kan het gebeuren dat deze, volgens Coley, ongrijpbare steen zo’n uitzonderlijke positie in Bringing Back the Ballast krijgt toegedicht?

IJsselstenen

Coley raakte geïntrigeerd door de ijsselstenen toen hij voor het kunstproject onderzoek deed naar de geschiedenis van het museum. Het Scheepvaartmuseum is gehuisvest in wat vroeger dienst deed als ‘’s Lands Zeemagazijn’. Er lag materieel voor de schepen, als tuigage en kanonnen opgeslagen, maar ook in reservoirs opgevangen regenwater dat als drinkwater werd gebruikt door de zeelui op reis. De schepen van de Verenigde Oost- en, met name, Westindische Compagnie vervoerden slaven. Vaker wordt in de geschiedenisboeken vermeld dat de vaarders terugkeerden van de koloniën met koffie en thee, zijde en kruiden. Door middel van deze bloeiende handel in exotische producten droegen ze destijds belangrijke mate bij aan wat nu bekend staat als de Gouden Eeuw.
Nathan Coley stuitte op het historische gegeven dat de schepen op de heenweg van hun reizen beladen waren met stenen. ‘Stel je voor’, zo legt hij zijn fascinatie voor zijn ontdekking uit, ‘aanvankelijk is de steen bedoeld om te bouwen, als een constructief onderdeel in een grotere architectonische structuur. Maar op de zeventiende-eeuwse reizen werden ze meegenomen vanwege hun gewicht. Ze betekenden niets, waren slechts ballast voor de schepen die zonder hen te licht zouden zijn. Aan het andere einde van de wereld werd deze functionele vracht weer gelost. In Suriname, Indonesië bouwde men er huizen en christelijke kerken, kortom opnieuw structuren mee. De steen veranderde van ‘iets’ in ‘niets’, om vervolgens weer ‘iets’ te worden. Het is onmogelijk geïsoleerd te kijken naar de steen.’
Voor Coley transformeerde de ijsselsteen in een metafoor voor de wijze waarop werd én wordt omgegaan met zeventiende-eeuwse reizen naar de Oost en naar de West.Voor Bringing Back the Ballast wil hij de stenen verschepen naar waar vandaan ze ooit vertrokken zijn: ’s Lands Zeemagazijn, het huidige Scheepvaartmuseum, in de haven van Amsterdam.

Brieven

‘Dit klinkt eenvoudig, maar is het allerminst’, vertelt Tanja Karreman die namens het Atelier Rijksbouwmeester Bringing Back the Ballast begeleidt. ‘De stenen zijn vaak verwerkt in forten en paleizen. Ze maken nu alweer zo’n 400 jaar deel uit van een andere cultuur. We raakten aan politiek gevoelige kwesties door ze te willen recupereren. Coley’s project kan gemakkelijk worden uitgelegd als een Wiedergutmachung van het koloniale verleden, maar ook andersom worden geïnterpreteerd. Met aanbevelingsbrieven van Wim Eggenkamp, rijksadviseur voor het cultureel erfgoed, Job Cohen, burgemeester van Amsterdam en minister Plasterk van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen in de maak, waarin de goede bedoelingen van Bringing Back the Ballast worden geformuleerd, onderhandelen we met verschillende ambassades. Door middel van een constructie die voorziet in een langdurige bruikleen van de stenen, komen we tot overeenkomsten.’

Localiseren

Het localiseren van de karakteristieke ijsselsteentjes was ook nog een flinke klus. Dit bleek zo moeilijk, dat zijn project lange tijd niet van de grond leek te komen. Door de hulp van het Rotterdamse bedrijf ‘Mothership’, dat kunstenaars ondersteunt in de productie van hun werken, kwam er schot in de zaak.
Uiteindelijk hielden we vier locaties over waarvan we de stenen mochten gebruiken: Jakarta (Indonesië), Perth (Australië) waar zich de opgedoken resten van een scheepswrak bevinden, Paramaribo (Suriname) en Sint Eustatius.’

Met deze stenen heeft Coley uiteindelijk een muur gebouwd in één van de trappenhuizen van het Scheepvaartmuseum.

(Bron/tekst: Ilse van Rijn)

Kunstenaar Nathan Coley
Kunstenaar Nathan Coley
Foto: aangekochte stenen uit de 17e eeuw
Aangekochte stenen uit de 17e eeuw
Foto: beplakken van de container waarin de stenen vervoerd worden
Beplakken van de container waarin de stenen vervoerd worden