Rijksgebouwendienst

Rijksgebouwendienst - Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

PPS in de praktijk

De Rijksgebouwendienst heeft inmiddels ruime ervaring opgedaan met publiek-private samenwerking (PPS). Enkele zeer omvangrijke projecten zijn in PPS aanbesteed, zoals de renovatie van het ministerie van Financiën.

We hanteren daarbij een specifieke methodiek om de voordelen en de kansen en risico’s van PPS ten opzichte van traditionele aanbesteding te kunnen bepalen: de Publiek-Private Comparator. Deze financiële en kwalitatieve analyse vóóraf biedt alle betrokkenen de zekerheid van een optimaal eindresultaat.

De Publiek-Private Comparator (PPC)

Voor alle rijkshuisvestingsprojecten met een te verwachten investering van € 25 miljoen of meer stellen we een Publiek-Private Comparator (PPC) op. Met dit meetinstrument berekenen we de kwalitatieve en kwantitatieve meerwaarde van PPS ten opzichte van traditionele uitvoering. De Rijksgebouwendienst, het ministerie van Financiën en de klant beslissen vervolgens op basis van deze PPC welke uitvoeringsvorm de voorkeur krijgt. Wordt gekozen voor PPS, dan koopt de Rijksgebouwendienst in bij een private partij (een consortium) en begeleiden we het proces van het afsluiten van de contracten.

PPS is denken in risico's

PPS werkt pas goed als de partij die een risico het beste kan beheersen dat risico ook draagt. Risicoverdeling betekent bijvoorbeeld dat bij DBFMO-contracten de afstemming van ontwerp en realisering volledig aan de opdrachtnemer worden overgedragen, terwijl de financiering een zaak is voor de participerende bank. Bij geïntegreerde contracten worden alle risico's benoemd en in kaart gebracht, verdeeld tussen opdrachtgever (de Rijksgebouwendienst) en opdrachtnemer (het consortium) en vervolgens waar mogelijk uitgedrukt in geld.

De juridische afbakening speelt daarbij een cruciale rol. Prestaties moeten namelijk worden beoordeeld en gewogen. In het contract draait het om de verantwoordelijkheid van een private partij die toezegt diensten naar behoren te verrichten en die daar uiteindelijk ook op wordt afgerekend. Bij een PPS-contract wordt immers betaald op basis van werkelijk geleverde diensten. Zo wordt er ook gekort als er een prestatie onvolkomen is verricht.